Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5.

Voorzitter

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2015

1.. De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden, bij voorkeur in de eerste vergadering van elke zittingsperiode van de raad, door de raad uit zijn midden benoemd. 2.. De zittingsperiode eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 3.. De voorzitter is belast met: Het leiden van de vergadering het handhaven van de orde; het doen naleven van deze verordening; hetgeen de wet, deze verordening en het Reglement van Orde hem verder opdraagt.

Rechtspraak bij dit artikel