Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Voorwaarden voor de Subsidie peuterspeelgroepen

Onderdeel van Subsidieregeling peuterspeelgroepen 2016

Een ouder komt, via de aanbieder, in aanmerking voor de Subsidie peuterspeelgroepen als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: De peuter bezoekt minimaal twee dagdelen (in totaal minimaal zesenhalf uur) per week de peuterspeelgroep. Tijdens de pilotperiode (tot 1 september 2018) kan van twee dagdelen worden afgeweken. De ouder heeft een overeenkomst met een aanbieder die voldoet aan de kwaliteitseisen van de gemeente Ooststellingwerf zoals beschreven in Artikel 11. Onder een overeenkomst met een aanbieder wordt verstaan een door de ouder ondertekende overeenkomst waarin tenminste aangegeven is: De startdatum van de peuterspeelgroep. Het aantal dagdelen waarop gebruik wordt gemaakt van de peuterspeelgroep. Het LRKP nummer van de aanbieder. Het Burgerservicenummer (BSN) van de peuter. Het BSN van de ouder(s). Een overeenkomst waarin de bovengenoemde gegevens niet vermeld zijn, wordt niet gezien als een overeenkomst in de zin van deze subsidieregeling. De ouder komt niet in aanmerking voor de kinderopvangtoeslag. Deze voorwaarde geldt niet voor het extra dagdeel voor doelgroeppeuters, zoals omschreven in artikel 3. De ouder heeft een inkomensverklaring3De inkomensverklaring kan gratis worden aangevraagd bij de Belastingdienst. De inkomensverklaring bevat de volgende gegevens:a. Naam en adres.b. Naam- en adresgegevens van de Belastingdienst.c. Het jaar waarover de inkomensverklaring wordt afgegeven.d. Inkomensgegevens. overlegd aan de aanbieder van de peuterspeelgroepen. Een ouder die zelfstandig ondernemer is overlegt, in plaats van een inkomensverklaring, een kopie van de meest recente definitieve aanslag inkomstenbelasting van het betreffende belastingjaar. Een ouder die een uitkering ontvangt, overlegt een recent afschrift van de uitkeringsinstantie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel