Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Procedurebepalingen voor de verstrekking van de subsidie peuterspeelgroepen

Onderdeel van Subsidieregeling peuterspeelgroepen 2016

1.. Het college betaalt de Subsidie peuterspeelgroepen rechtstreeks aan de aanbieder. De aanbieder int de inkomensafhankelijke ouderbijdrage bij de ouder. 2.. Een ouder waarvan de peuter tussen 1 januari en 30 juni geplaatst wordt, overlegt de laatst beschikbare Inkomensverklaring (twee jaar oud) aan de aanbieder. De ouder waarvan de peuter tussen 1 juli en 31 december geplaatst wordt, overlegt de inkomensverklaring van het voorgaande jaar. 3.. In september van ieder jaar worden de inkomens getoetst en moeten de ouders de inkomensverklaring van het voorgaande jaar inleveren. 4.. Indien een ouder die ondernemer is (hieronder mede begrepen een zzp-er) niet de meest recente aanslag inkomstenbelasting kan of wil overleggen, moet hij door middel van een bewijs van de Kamer van Koophandel aantonen startend ondernemer te zijn. Hij wordt dan in de laagste categorie ingeschaald. Indien geen sprake is van een startende onderneming, kan de ondernemer ingeschaald worden in de middelste inkomenscategorie, waarbij het recht op herziening is voorbehouden. 5.. Als de inkomenssituatie zodanig wijzigt dat de ouder in aanmerking komt voor de kinderopvangtoeslag, dan vervalt het recht op de Subsidie peuterspeelgroepen na drie maanden nadat het recht op kinderopvangtoeslag is ingegaan. De ouder is verplicht dit te melden aan de aanbieder. 6.. Als het inkomen van een ouder in het lopende jaar zodanig wijzigt dat er sprake is van een lager inkomen, dan kan een her-inschaling aangevraagd worden bij de aanbieder. De inkomensgegevens kunnen in dat geval overlegd worden op basis van de meest recente loonstroken of, indien er sprake is van uitkering(en), de meest recente uitkeringsbeschikking(en). 7.. Indien sprake is van inkomenswijziging door werkloosheid, kunnen tweeverdienende ouders nog gedurende een half jaar aanspraak maken op de kinderopvangtoeslag. Nadat deze termijn verstreken is, kunnen zij in aanmerking komen voor de Subsidie peuterspeelgroepen. 8.. De Subsidie peuterspeelgroepen wordt stopgezet op de dag dat de peuter vier jaar wordt of als een tussentijdse wijziging, zoals omschreven in Artikel 5, daartoe aanleiding geeft. 9.. Indien de aanbieder aangeeft dat een ouder die gebruik maakt van de Subsidie peuterspeelgroepen voor de derde keer op rij of drie keer binnen een half jaar de ouderbijdrage niet betaalt aan de aanbieder, dan vervalt het recht op deze Subsidie. 10.. Een ouder die geen inkomensverklaring of andere relevante documenten wil overleggen komt niet in aanmerking voor de Subsidie peuterspeelgroepen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel