Naar hoofdinhoud
1. Het algemeen bestuur bestaat uit 24 leden. 2. De deelnemers benoemen uit hun midden 1 lid. 3. Het bepaalde in deze regeling ten aanzien van de leden van het algemeen bestuur is op de plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing. 4. De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur geschiedt voor dezelfde periode als waarvoor Gedeputeerde Staten of Burgemeester en Wethouders worden benoemd en vindt plaats in de eerste vergadering van Gedeputeerde Staten of Burgemeester en Wethouders in nieuwe samenstelling. 5. De leden van het algemeen bestuur treden af op de dag waarop de nieuw aangewezen leden van het algemeen bestuur in functie treden. 6. Wanneer een lid van het algemeen bestuur ophoudt lid te zijn van Gedeputeerde Staten of Burgemeester en Wethouders die hem hebben benoemd, dan houdt hij tevens op lid te zijn van het algemeen bestuur. 7. Gedeputeerde Staten of de betreffende Burgemeester en Wethouders, voorzien zo spoedig mogelijk in de vervulling van de vacature. 8. De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde, door middel van een schriftelijke mededeling aan het algemeen bestuur, ontslag nemen. 9. Bij tussentijds ontslag voorzien Gedeputeerde Staten of de betreffende Burgemeester en Wethouders zo spoedig mogelijk in de aanwijzing van een nieuw lid van het algemeen bestuur. 10. Leden van het algemeen bestuur, die ontslag hebben genomen, blijven hun functie waarnemen totdat onherroepelijk in hun opvolging is voorzien. 11. Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de resterende bestuursleden bevoegd besluiten te nemen. 12. Wanneer iemand wordt aangesteld in een vacante plaats in het algemeen bestuur te vervullen, treedt hij af op het moment waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden. 13. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van een der deelnemers dan wel door of vanwege het bestuur van het lichaam aangesteld of daaraan ondergeschikt, waarbij met ambtenaar voor de toepassing van dit lid worden gelijkgesteld zij die in dienst van een der deelnemers dan wel van het lichaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn. 14. Artikel 15, eerste lid, van de Provinciewet, artikel 15, eerste lid, van de Gemeentewet, artikel 33 van de Waterschapswet en artikel X8 van de Kieswet zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van het algemeen bestuur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel