Naar hoofdinhoud
1. Het dagelijks bestuur zendt vóór 1 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de ontwerpbegroting, met bijbehorende toelichting aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan provinciale staten. 2. In de begroting wordt onder andere aangegeven welke bijdrage elke deelnemer verschuldigd is voor de uitvoering van takenpakketten en werkzaamheden, genoemd in de artikelen 4, 5 en 6 van de Omgevingsdienst Groningen. 3. De ontwerpbegroting wordt door de deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. 4. De raad van een deelnemende gemeente en provinciale staten kunnen binnen 8 weken na toezending van de ontwerpbegroting bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. 5. Het dagelijks bestuur voegt, alvorens verzending van de ontwerpbegroting aan het algemeen bestuur, de zienswijzen van de deelnemers toe. 6. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. Nadat deze is vastgesteld zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten, die ter zake bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 7. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties 8. Het bepaalde in dit artikel is ook van toepassing wanneer het wijzigingen van de begroting betreft.

Rechtspraak bij dit artikel