Naar hoofdinhoud
1. Een deelnemer kan uit de regeling treden, met uitzondering van het Basistakenpakket, genoemd in artikel 4 van deze regeling. 2. Uittreding geschiedt wanneer meer dan de helft van het aantal deelnemers instemt met de afwikkeling van de financiële en organisatorische gevolgen hiervan. 3. Indien een deelnemer geen taken meer wil afnemen als genoemd in artikel 5 en 6: vindt in het kader van de in het tweede lid bedoelde afwikkeling van de financiële gevolgen daarvan een toewijzing van personeel aan deze deelnemer plaats; is er een compensatie verschuldigd voor de overige rechten en verplichtingen, waarbij de hoogte van compensatie nader wordt bepaald door het algemeen bestuur. 4. De hoeveelheid toe te wijzen personeel wordt bepaald op basis van de begroting over het jaar voorafgaand aan het jaar van uittreding. 5. Uittreden kan slechts plaatsvinden met ingang van 1 januari van het jaar, volgende op het jaar waarin de voor uittreding noodzakelijke wijziging van de regeling in werking is getreden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel