**1..** Het dagelijks bestuur kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan het dagelijks bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen.
**2..** Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens de vergadering opgelegd.
**3..** De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat het dagelijks bestuur haar opheft.
**4..** Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de voorzitter of een commissie, ten aanzien van de stukken die zij aan het dagelijks bestuur overleggen, hiervan wordt op de stukken melding gemaakt.
**5..** De geheimhouding, bedoeld in het vierde lid, wordt in acht genomen totdat de voorzitter of de commissie, die de verplichting heeft opgelegd, dan wel het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur haar opheft.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 2
Artikel 23
Geheimhouding
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen