**1..** Het dagelijks bestuur zendt de voorlopige jaarrekening vóór 15 april van het jaar volgend op die waarop de voorlopige jaarrekening betrekking heeft, aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan provinciale staten. Daaraan voorafgaand wordt de voorlopige jaarrekening aan de colleges en Gedeputeerde Staten gestuurd.
**2..** Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening uiterlijk vast op 1 juli van het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.
**3..** Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de rekening betrekking heeft, aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties.
**4..** Het algemeen bestuur kan besluiten de blijkens de jaarrekening behaalde negatieve resultaten geheel of ten dele:
af te boeken van reserves, voor zover aanwezig;
ten laste te brengen van de deelnemers, als bedoeld in de financiële regeling.
**5..** Het algemeen bestuur kan besluiten de blijkens de jaarrekening behaalde positieve resultaten geheel of ten dele:
te bestemmen voor algemene reserve of een bestemmingsreserve;
uit te keren aan deelnemers, als bedoeld in de financiële regeling.
**6..** De algemene reserve mag maximaal 5% van de jaaromzet bedragen. Alleen wanneer de gekwantificeerde risico’s hoger dan 5% van de jaaromzet zijn, dient de algemene reserve daarop te worden aangepast.
**7..** Met inachtneming van het bepaalde in het zesde lid wordt het meerdere boven 5% van de jaaromzet aan de deelnemers uitgekeerd tenzij een meerderheid van de deelnemers gemotiveerd instemt met een doelreservering van het batig saldo voor de Omgevingsdienst Groningen.
**8..** Indien sprake is van het zevende lid, stelt het algemeen bestuur hiertoe een voorstel vast.
HOOFDSTUK 5
Artikel 33
Jaarrekening
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen