**a..** college: het college van burgemeester en wethouders;
**b..** huisnummer: een door of namens het college toegekende nummeraanduiding voor een adresseerbaar object. Deze bestaat uit maximaal vijf posities;
**c..** huisletter: een toevoeging aan een huisnummer. Deze bestaat uit maximaal één positie en wordt weergegeven als kleine letter;
**d..** huisnummertoevoeging: een numerieke of alfanumerieke toevoeging aan een huisnummer en –letter. Deze bestaat uit maximaal 4 karakters. De alfanumerieke toevoeging wordt weergegeven in kleine letters;
**e..** object:
een afgebakend terrein;
een verblijfsobject;
een lig- of standplaats;
een voor personen toegankelijk object dat niet dient als verblijf.
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Uitvoeringsvoorschriften naamgeving en nummering (adressen)