De Verordening Leerlingenvervoer geeft criteria om voor een vergoeding van het aangepast vervoer in aanmerking te komen. Eén van de criteria is, dat een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer wordt verstrekt, indien door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is. Onder ernstige benadeling van het gezin verstaan wij één van de volgende situaties:
de ouder van een éénoudergezin kan aantonen dat hij niet langer zijn werk kan uitoefenen als hij zorg moet dragen voor de begeleiding naar school van zijn kind. Hiervoor dient een werkgeversverklaring te worden overlegd waaruit per werkdag blijkt, dat het vanwege de werktijden niet mogelijk is om in de begeleiding te voorzien. Het volgen van een voltijdsopleiding wordt gelijkgesteld met werk. In deze gevallen kan een inschrijfbewijs van de school worden overlegd;
er sprake is van een éénoudergezin – of een vergelijkbare situatie - waar nog een ander kind is jonger dan tien jaar die naar school moet worden gebracht.
er structurele medische redenen zijn die ouders belemmeren hun kind te begeleiden. Dit moet worden vastgesteld door een medisch deskundig,
de reisduur van de begeleiding meer dan twee uur per dag in beslag neemt.
Naast de criteria, die hierboven vermeld staan om in aanmerking te kunnen komen voor aangepast vervoer, kan per situatie bekeken worden, wat in redelijkheid van de ouder(s) kan worden verwacht.
Hoofdstuk
Artikel 11.
Begeleiding niet mogelijk door ernstige benadeling (artikel 12 en 18)
Onderdeel van Beleidsregels voor het leerlingenvervoer gemeente Houten