Een tijdelijke vervoersvoorziening, omdat een leerling aantoonbaar tijdelijk niet in staat is om zelfstandig te reizen (om een andere reden dan een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap), wordt verstrekt voor een periode van minimaal zes weken. Tijdelijk vervoer korter dan zes weken valt onder de verantwoordelijkheid van ouders. Voor tijdelijk vervoer dat naar verwachting korter dan een half jaar zal duren gelden artikel 10a en 16b niet, voor zover een (aangepast) vervoersmiddel of hulpmiddel wordt verstrekt. Bruikleen is eventueel wel een mogelijkheid.
Hoofdstuk
Artikel 13.
Tijdelijke vervoersvoorziening (artikel 11, 12, 13, 13a, 16a, 17, 18 en 19)
Onderdeel van Beleidsregels voor het leerlingenvervoer gemeente Houten