4.1 Combineren van vergoedingen
Het is mogelijk om de ouders van één leerling verschillende vervoersvoorzieningen (en -vergoedingen) tegelijkertijd te verstrekken. Bijvoorbeeld als:
ouders één of meerdere dagen in staat zijn de leerling met eigen vervoer naar school te brengen en de leerling de andere dagen gebruik maakt van aangepast vervoer,
de leerling de heen of de terugreis wel in staat is om met het openbaar vervoer te reizen en de andere reis gebruik maakt van het aangepast vervoer,
de leerling in de zomer naar school kan fietsen en in de winter niet,
de leerling niet vaker dan één keer per dag in staat is om naar school te fietsen.
Voorop staat dat de leerling zo zelfstandig en normaal mogelijk naar school reist.
4.2Berekenen kosten openbaar vervoer(artikel 10, 11, 13, 16a, 17 en 19)
Het vaststellen van de kosten van openbaar vervoer en de vergoeding daarvoor vindt plaats op basis van de door de Reisinformatiegroep BV beschikbaar gestelde informatie via 0900-9292 of www.9292ov.nl.
De vergoeding openbaar vervoer heeft voor een schooljaar betrekking op 10 maanden en wordt vooruit betaald in twee termijnen (in september en in januari), tenzij een jaarabonnement voordeliger is. In dat geval wordt het gehele bedrag aan het begin van het schooljaar vooruit betaald.
4.3Berekenen fietsvergoeding (artikel 10, 11, 13, 16a, 17 en 19)
Indien een leerling en eventueel de begeleider van de leerling in aanmerking komt voor een fietsvergoeding, dan wordt de fietsvergoeding als volgt berekend (één maal per dag heen en terug van school):
Fietsvergoeding = 40 weken x 5 schooldagen x (2x afstand naar school) x kilometervergoeding
Indien een leerling niet alle dagen of niet 2x per dag met de fiets reist, wordt een berekening op maat gemaakt op basis van werkelijk te reizen kilometers.
De hoogte van de kilometervergoeding is conform de Reisregeling Binnenland en bedraagt bij vaststelling van deze beleidsregels € 0,09 per kilometer. De fietsvergoeding wordt zowel verstrekt aan de leerling als eventueel ook aan de begeleider.
Als de leerling en/of de begeleider reist met een fiets voorzien van trapondersteuning, een aangepaste fiets of scooter wordt fietsvergoeding gehanteerd.
Als een fiets, fiets met trapondersteuning, aangepaste fiets of scooter in bruikleen wordt verstrekt vervalt de fietsvergoeding.
De fietsvergoeding wordt naar aanleiding van de aanvraag berekend en vooruit betaald in twee termijnen (in september en in januari). Let op: tussentijdse wijzigingen (anders dan geoorloofd schoolverzuim) moeten conform artikel 6 uit de verordening leerlingenvervoer worden doorgegeven.
4.4Berekenen vergoeding eigen vervoer per motorvoertuig of bromfiets (artikel 13 en 19)
De berekening van de reisafstand van school naar huis wordt gedaan met behulp van de ANWB routeplanner, met als instelling ‘auto’ en via de ‘kortste route’. De vergoeding wordt bepaald op het aantal kilometers dat de leerling reist (‘beladen kilometers’). De vergoeding eigen vervoer wordt als volgt berekend:
Vergoeding eigen vervoer = 40 weken x 5 schooldagen x (2x afstand naar school) x kilometervergoeding
Indien een leerling niet alle dagen of niet 2x per dag met eigen vervoer reist, wordt een berekening op maat gemaakt.
De hoogte van de kilometervergoeding is conform de Reisregeling Binnenland en bedraagt bij vaststelling van deze beleidsregels € 0,37 per kilometer.
De vergoeding eigen vervoer wordt naar aanleiding van de aanvraag berekend en vooruit betaald in twee termijnen (in september en in januari). Let op: tussentijdse wijzigingen (anders dan geoorloofd schoolverzuim) moeten conform artikel 6 uit de verordening leerlingenvervoer worden doorgegeven.
4.5Buitengewone kosten voor openbaar vervoer voortgezet onderwijs (artikel 16a lid 1)
Ouders van leerlingen in het V(S)O die meer dan de gebruikelijke kosten maken voor het reizen met het openbaar vervoer naar school, kunnen aanspraak maken op de vergoeding van zogenaamde buitengewone kosten. De gemeente Houten bepaalt het niveau van gebruikelijke kosten op € 70 per maand gedurende 10 maanden per jaar. Indien de totale kosten voor het openbaar voor een leerling hoger zijn dan € 700 per jaar, dan komen de ouders in aanmerking voor een vergoeding van alle werkelijke kosten boven de € 70 per maand of € 700 per jaar voor het reizen met het openbaar vervoer naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor het voorgezet (speciaal) onderwijs.
Hoofdstuk
Artikel 4.
Berekening vergoedingen (artikel 1 ‘vervoersvoorziening’)
Onderdeel van Beleidsregels voor het leerlingenvervoer gemeente Houten