Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf

Artikel 2:78

Gebiedsontzeggingen

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Eindhoven

1.. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die een strafbaar feit of openbare orde verstorende handeling verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 2.. Met het oog op deze belangen kan de burgemeester aan een in het eerste lid genoemde persoon een bevel geven zich: a.. gedurende ten hoogste het lopende en komende uitgaansweekeinde (donderdagavond tot en met maandagmorgen) telkens tussen 22.00 uur en 07.00 uur niet in of in de omgeving van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:27 en in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden, indien dat feit of die handeling verband houdt met veilig uitgaan; b.. tot het einde van een evenement als bedoeld in artikel 2:24 gedurende de tijden dat dit plaatsvindt, niet op of in de omgeving van het terrein of de terreinen waar dat evenement plaatsvindt op te houden, indien dat feit of die handeling verband houdt met dat evenement. 3.. Met het oog op die belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie een bevel als bedoeld in het eerste of tweede lid is gegeven en die binnen een jaar na het geven van dat bevel opnieuw een strafbaar feit of openbare orde verstorende handeling verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste vier weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 4.. Met het oog op die belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie een bevel als bedoeld in het derde lid of in dit lid is gegeven en die binnen een jaar na het geven van dat bevel opnieuw een strafbaar feit of openbare orde verstorende handeling verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 5.. De burgemeester beperkt een in de vorige leden gesteld bevel, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. 6.. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel. 7.. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel