Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf

Artikel 4:3

Kennisgeving incidentele festiviteiten

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Eindhoven

1.. Het is een inrichting, niet zijnde een horeca-, recreatie- of sportinrichting, toegestaan maximaal twee incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19a en 2.20 van het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld. 2.. Het is een horeca-, recreatie- en sportinrichting toegestaan maximaal vijf incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19a en 2.20 van het Besluit niet van toepassing zijn,mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld. 3.. Het tweede lid is niet van toepassing op horeca- en recreatie*- inrichtingen die zijn gelegen aan het Begijnenhof, het Catharinaplein (gevestigd in het Catharinahuis), de Molenstraat, het Stratumseind, de Stratumsedijk (het gedeelte tussen het Stratumseind en de Bilderdijklaan),de Oude Stadsgracht. 4.. Het is een horeca-, recreatie- en sportinrichtingen binnen het gebied Strijp S als genoemd in artikel 2:29, derde lid, toegestaan maximaal tien incidentele festiviteiten per kalender jaar te houden, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld. 5.. Het is een sport- en recreatie-inrichting toegestaan om tijdens maximaal vijf incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sport- of recreatieactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld. 6.. Aan de kennisgevingsplicht, bedoeld in het eerste, tweede, vierde en vijfde lid, is voldaan wanneer het daartoe door burgemeester en wethouders vastgestelde formulier volledig en naar waarheid is ingevuld en tijdig is ingeleverd. 7.. De kennisgeving, bedoeld in het eerste, tweede, vierde en vijfde lid, wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 8.. De leden 1, 2, 3 en 4 gelden slechts voor zover wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders ter voorkoming van geluidshinder te stellen voorwaarden. 9.. Op deze procedure is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beslissing bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel