Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een standplaats in te nemen of te hebben.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd:
a. als de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
b. indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs is te verwachten dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing
4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor de standplaatsen die door het college als zodanig zijn aangewezen.
5. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van standplaatsen.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf
Artikel 5:18
Standplaatsen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Eindhoven