Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf

Artikel 2:11

(Omgevinges)vergunning voor het aanleggen, beschadigen of veranderen van een weg

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Eindhoven

1.. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2.. De vergunning wordt verleend: a.. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit, of; b.. door burgemeester en wethouders in overige gevallen. 3.. Het verbod is niet van toepassing als in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam uitvoering wordt gegeven aan een publieke taak. 4.. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening, de Keur Waterschap De Dommel 2015, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening of de Verordening Kabels en Leidingen gemeente Eindhoven 2014. 5.. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel