**1..** Het college kan een loonkostensubsidie aan een werkgever verstrekken om daarmee het opdoen van werkervaring of de overgang naar een reguliere functie bij de betreffende werkgever voor een belanghebbende mogelijk te maken.
**2..** De duur en hoogte van de subsidie worden door het college vastgesteld op basis van een individuele afweging ten aanzien van de belanghebbende.
**3..** Deze voorziening kan niet worden ingezet indien hierdoor de concurrentieverhoudingen onverantwoord worden beïnvloed of door deze voorziening verdringing van reguliere werknemers plaatsvindt.
**4..** De duur van de subsidie bedraagt maximaal drie maanden.
**5..** Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan de in het vorige lid genoemde periode met telkens drie maanden worden verlengd tot een maximale duur van de subsidie van twaalf maanden.
**6..** De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 70% van het voor de belanghebbende geldende minimumloon en tenminste een bedrag ter compensatie van de door het college vastgestelde non-productiviteit van de betreffende belanghebbende.
**7..** De loonkostensubsidie dient vóór aanvang van het dienstverband te worden aangevraagd.
**8..** Geen subsidie wordt toegekend indien het dienstverband reeds is aangegaan voordat op de aanvraag door het college is beslist.
Hoofdstuk 3
Artikel 8
Incidentele Loonkostensubsidie
Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015