Bij het constateren van overtredingen van wet- en regelgeving wordt als algemeen uitgangspunt gesteld dat er in beginsel altijd tegen overtredingen wordt opgetreden. Dit uiteraard voor zover de wettelijke bevoegdheden en de prioriteitenstelling dit toelaten.
Daarnaast worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
Bij de opzet is uitgegaan van de ‘Landelijke Handhavingstrategie’, zoals die is vastgesteld in het kader van de regionale handhavingsamenwerking. Die strategie loopt als een rode draad door het gehele beleid heen;
Dit beleid is bedoeld om overtredingen op te heffen en herhaling te voorkomen. Het is ook bedoeld om risicovolle situaties op te heffen;
Bij het beoordelen van een overtreding en het bepalen van de juiste sanctie wordt rekening gehouden met:
De mogelijke gevolgen van die overtreding
de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan;
de houding en het gedrag van de overtreder;
de voorgeschiedenis;
het subsidiariteit- en proportionaliteitsbeginsel. Dit wil zeggen dat de sanctie moet worden toegepast die het meest in verhouding staat tot de overtreding en het beste past om het gestelde doel te bereiken. Dit betekent dat bij een overtreding niet standaard één bepaalde interventie mogelijk is. De toezichthouder moet in elke specifieke situatie bepalen welke sanctie de beste is. Daarbij wordt corrigerend opgetreden en eventueel ook sanctionerend.de mogelijke gevolgen van die overtreding;
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.3.