**1..** De subsidieontvanger is een vergoeding aan de gemeente verschuldigd voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, indien sprake is van de in art. 4:41, tweede lid Awb genoemde gevallen.
**2..** Indien de subsidieontvanger zijn vermogen geheel of in overwegende mate ontleent aan de subsidie, is de maximale vergoeding verschuldigd.
**3..** Indien het tweede lid niet van toepassing is, wordt de hoogte van de vergoeding bepaald naar evenredigheid van de hoogte van het subsidiebedrag op het totaal van de inkomsten.
**4..** Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen.
**5..** Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door een onafhankelijke deskundige.
Hoofdstuk 3
Artikel 25
Restitutie vermogensvorming
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening gemeente Druten 2012