De Rekenkamercommissie bestaat uit maximaal drie leden, die door
de raad van buiten de kring van zijn leden worden aangewezen
voor een periode van vier jaar; deze leden kunnen door de raad
één keer worden herbenoemd voor een gelijke periode.
De leden leggen, voordat zij hun functie kunnen uitoefenen, in
een vergadering van de raad in de handen van de voorzitter van
de raad de eed (verklaring en belofte) af:
“Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de Rekenkamercommissie
benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of
welk voorwendsel ook, enige gunst heb gegeven of beloofd.
Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te
laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of belofte heb
aangenomen of zal aannemen.
Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de
wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de
Rekenkamercommissie naar eer en geweten zal vervullen.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!)”
De Rekenkamercommissie wijst uit de leden genoemd in lid 1 een
voorzitter aan. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en
periodiek bijeenroepen van de vergaderingen van de
Rekenkamercommissie, het leiden van de vergaderingen, het
bewaken van de uitvoering van de onderzoeksopzet en de werkwijze
en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. Hij voert
hiertoe regelmatig overleg met de onderzoekers en met het
secretariaat.
Paragraaf 2
Artikel 3
Samenstelling Rekenkamercommissie
Onderdeel van Verordening op de Rekenkamercommissie gemeente Blaricum 2011