Naar hoofdinhoud
1.. Mandaat, volmacht en machtiging wordt verleend aan de bij dit besluit behorende bijlagen en daarin vermelde functionarissen voor de daarbij aangegeven bevoegdheden. 2.. Van het mandaat, volmacht of machtiging mag uitsluitend gebruik worden gemaakt wanneer deze uitoefening van de bevoegdheid: geschiedt in overeenstemming met wetten, verordeningen, goedgekeurde begrotingsposten of vastgestelde en toegekende budgetten, vastgestelde beleidsregels, richtlijnen van de gemeenteraad, het college, de burgemeester of de algemeen directeur/gemeentesecretaris; past binnen de functie inhoud van de gemandateerde. 3.. Onverminderd het bepaalde in artikel 10:3 Awb, legt de gemandateerde in de volgende gevallen de kwestie ter beoordeling aan het bestuursorgaan voor: als er twijfel bestaat over de aard van de bevoegdheid; als de schijn van vooringenomenheid kan worden gewekt; bij een weigering of anderszins negatieve beslissing, tenzij nadrukkelijk anders bepaald is; bij afwijking van een wettelijk verplicht advies; als de ambtelijke adviezen bij de besluitvorming niet eensluidend zijn; als het te nemen besluit voorzienbaar politieke gevolgen kan krijgen of als artikel 169 vierde lid Gemeentewet van toepassing is; als er een bezwaarschrift op grond van artikel 7:1 Awb ingediend is; de beslissing leidt tot een besluit van controversiële aard.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel