Naar hoofdinhoud
1.. Als mandaat, volmacht of machtiging aan een medewerker is verleend en deze afwezig is, wordt de gemandateerde bevoegdheid uitgeoefend door het afdelingshoofd van de betreffende afdeling. 2.. Als mandaat, volmacht of machtiging aan een afdelingshoofd is verleend en deze afwezig is, wordt de gemandateerde bevoegdheid uitgeoefend door het plaatsvervangend afdelingshoofd. 3.. Als mandaat, volmacht of machtiging aan een afdelingshoofd is verleend en geen van de plaatsvervangende afdelingshoofden aanwezig zijn, wordt de gemandateerde bevoegdheid uitgeoefend door een ander aanwezig afdelingshoofd. 4.. Als de algemeen directeur/gemeentesecretaris afwezig is, wordt de bevoegdheid uitgeoefend door het afdelingshoofd die dan optreedt als respectievelijk eerste, tweede of derde plaatsvervanger van de algemeen directeur/gemeentesecretaris. 5.. Als de eerste, tweede en derde plaatsvervangende algemeen directeur/gemeentesecretaris en de algemeen directeur/gemeentesecretaris afwezig zijn, wordt de bevoegdheid uitgeoefend door een aanwezig afdelingshoofd.

Rechtspraak bij dit artikel