Naar hoofdinhoud
1.. De forfaitaire vergoeding voor verhuiskosten als bedoeld in artikel 5.3 van de verordening en resultaat 2 van de Uitvoeringsregels bedraagt € 3.500,00 voor een persoon met beperkingen en € 5.327,00 voor een persoon, die op verzoek van de gemeente, ten behoeve van een persoon met beperkingen de woonruimte, bestemd voor permanente bewoning heeft ontruimd. 2.. De hoogte van de financiële tegemoetkoming voor een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening bedraagt 100% van de voor subsidie in aanmerking komende kosten. 3.. De hoogte van een financiële tegemoetkoming in de kosten van onderhoud en reparatie van een lift in een woning of trappenhuis zal het bedrag als bedoeld in de bijlage niet te boven gaan. 4.. De hoogte van een te verlenen financiële tegemoetkoming voor tijdelijke huisvesting bedraagt: de werkelijk gemaakte kosten, doch maximaal het bedrag van de maximaal subsidiabele huur ingevolge de Wet op de huurtoeslag, als tegemoetkoming in de kosten van het tijdelijk betrekken van zelfstandige woonruimte en het langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte; de werkelijk gemaakte kosten met een maximum van € 226,89 per maand ter tegemoetkoming in de kosten van het tijdelijk betrekken van een niet-zelfstandige woonruimte. 5.. De hoogte van een te verlenen financiële tegemoetkoming in de kosten van huurderving is afhankelijk van de kale huur van de woonruimte, doch zal niet meer bedragen dan de helft van de werkelijke kosten met een maximum van de helft van de maximaal subsidiabele huur ingevolge de Wet op de huurtoeslag. 6.. De hoogte van het maximumbedrag van een vergoeding voor het bezoekbaar maken van één woonruimte, indien de persoon met beperkingen zijn woonruimte heeft in een AWBZ-instelling, wordt vastgesteld op € 2.500,00.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel