Voor het gebruik van de algemene voorziening dagbesteding basis voor ouderen en de algemene voorziening hulp bij het huishouden is een cliënt een bijdrage in de kosten verschuldigd.
De hoogte van de in lid 1 bedoelde bijdrage in de kosten voor dagbesteding basis voor ouderen is € 10,00 per dag.
De hoogte van de in lid 1 bedoelde bijdrage in de kosten voor hulp bij het huishouden bedraagt € 21,75 per uur.
Het college verstrekt aan drie doelgroepen een korting op de bijdrage voor de algemene voorziening voor hulp bij het huishouden indien:
a. cliënt aantoonbare beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen heeft; en
b. cliënt niet in staat is om de woning schoon en leefbaar te houden:
- op eigen kracht
- met gebruikelijke hulp
- met mantelzorg
- of met hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk; en
c. het college de noodzaak van de hulp bij het huishouden heeft vastgesteld; en
d. het netto inkomen per maand in één van de volgende categorieën valt:
Doelgroep
Alleenstaanden
Gehuwden
1 Cliënten met beperkingen en een inkomen
Minder dan € 1142
Minder dan € 1560
2Cliënten met beperkingen en een inkomen
Tussen € 1142 en € 1350
Tussen € 1560 en € 1844
3Cliënten met beperkingen en een inkomen
Meer dan € 1350
Meer dan € 1844
Voor de in lid 4 bedoelde korting op de bijdrage voor de algemene voorziening voor hulp bij het huishouden komen ook mantelzorgers in aanmerking die:
- overbelast zijn dan wel het risico lopen overbelast te raken; én
- tot een van de in lid 4 onder d genoemde inkomensgroepen behoren.
De in lid 4 bedoelde korting bedraagt voor:
a. doelgroep 1 € 19,25 per uur. De cliënt betaalt per uur € 2,50;
b. doelgroep 2 € 16,75 per uur. De cliënt betaalt per uur € 5,00;
c. doelgroep 3 € 8,00 per uur. De cliënt betaalt per uur € 13,75.
De in lid 6 bedoelde korting wordt toegepast op de kostprijs van een uur hulp bij het huishouden. De kostprijs is gelijk aan het uurtarief waarvoor het college een aanbieder gecontracteerd heeft. Dit uurtarief bedraagt in 2016 en 2017 €21,75.
Tot het in lid 4 bedoelde inkomen worden de volgende componenten gerekend:
a. Inkomen uit werk;
b. Uitkeringen zoals AOW, WW, Wao/Wia, ziektewet of bijstand;
c. Inkomen uit een pensioen;
d. Partneralimentatie.
De volgende onderdelen worden niet tot het in lid 4 bedoelde inkomen gerekend:
a. Heffingskortingen;
b. Huurtoeslag;
c. Zorgtoeslag;
d. Andere, niet in lid 8 genoemde bronnen van inkomsten.
In het geval belanghebbende gehuwd is en een van beide partners verblijft op basis van de Wet langdurige zorg in een instelling, kan het college de bijdrage in de kosten die belanghebbende daarvoor betaalt, in mindering brengen op het volgens lid 8 en 9 vastgestelde inkomen.
De in lid 4 bedoelde korting geldt in de periode 1 juni 2016 tot 1 januari 2017 voor maximaal 75 uur. Indien belanghebbende na 1 juni 2016 tot de doelgroep voor de korting is gaan behoren, berekent het college het maximum aantal uren naar rato.
Vanaf 1 januari 2017 geldt de in lid 4 bedoelde korting voor maximaal 125 uur per kalenderjaar. Indien belanghebbende op een datum na 1 januari 2017 tot de doelgroep voor de korting is gaan behoren, berekent het college het maximaal aantal uren naar rato.
Artikel 13a
Bijdrage in de kosten voor algemene voorzieningen
Onderdeel van Herziene verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Beuningen 2016