Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de wet komt in aanmerking voor de individuele inkomenstoeslag de belanghebbende van 23 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, die gedurende een onafgebroken periode van 60 maanden aangewezen is geweest op een inkomen in Nederland dat niet hoger is 100% van de voor hem geldende bijstandsnorm, geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de wet en geen uitzicht heeft op inkomensverbetering.
Deze periode wordt onderbroken met de periode gelijk aan de periode waarin iemand in detentie heeft gezeten en/of de periode gelijk aan de periode van verblijf in het buitenland die uitgaat boven 4 weken per jaar.
Niet voor de individuele inkomenstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid komt niet voor de individuele inkomenstoeslag in aanmerking de belanghebbende die gedurende de periode van 60 maanden een maatregel is opgelegd vanwege het niet of onvoldoende nakomen van een verplichting betreffende arbeidsinschakeling als bedoeld in de artikelen 18 lid 2 Participatiewet, 18 lid 4 Participatiewet 18b lid 1 Participatiewet.