In dit artikel zijn de begrippen gedefinieerd die verder in deze beleidsregel worden vermeld.
De bijstandsnorm als bedoeld in art. 5 onder c van de Pw is een all-in norm inclusief vakantietoeslag om de algemene kosten van bestaan te kunnen voldoen. Gebruikelijk is dat de vakantietoeslag jaarlijks in de maand mei of juni wordt uitbetaald. Als een aanvraag bijzondere bijstand wordt ingediend en de belanghebbende moet de hoogte van diens (maand)inkomen opgeven en daarvan een bewijsstuk overleggen, dan zal deze om die reden dus veelal een inkomen opgeven exclusief vakantietoeslag. Omdat per 01 jan. 2016 het overgangsrecht Wet hervorming kindregelingen is vervallen en de Participatiewet geen aparte bijstandsnorm voor een alleenstaande oudergezin meer kent, is bij een alleenstaande oudergezin ook de norm voor een alleenstaande van toepassing.
Bij de te maken draagkrachtberekening dient het inkomen van de aanvrager afgezet te worden tegen de op de belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm. Voor een correcte berekening dienen dan het inkomen van de aanvrager en de in aanmerking te nemen bijstandsnorm dus beiden in –of exclusief vakantietoeslag te zijn. Omdat het gebruikelijk is dat de vakantietoeslag niet periodiek maar jaarlijks wordt uitbetaald, wordt om praktische redenen geopteerd voor een draagkrachtberekening exclusief vakantietoeslag. Om die reden dient dus bepaald te worden dat uitgegaan moet worden van het inkomen en de bijstandsnorm beiden exclusief vakantietoeslag. Beleidslijn voor aanvragen bijzondere bijstand voor medische kosten is dat de gemeentelijke collectieve zorgverzekering als voorliggende voorziening wordt aangemerkt. Omdat die zorg-verzekering uit meer dan één polis type bestaat, dient duidelijk te zijn welk polis type dan concreet als voorliggende voorziening wordt gezien.