Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18 lid 2 Participatiewet wordt een maatregel opgelegd.
De maatregel bedraagt 100% van de norm voor de duur van één maand als er sprake is van verwijtbaar ontslag waardoor belanghebbende een beroep op de bijstand doet.
Als er sprake is van onverantwoord snel interen op het vermogen wordt een maatregel opgelegd van 20% van de norm gedurende het aantal maanden dat er een vervroegd beroep op de bijstand is gedaan met een maximum van 24 maanden.De interingsnorm bedraagt van 1,5 maal de van toepassing zijnde bijstandsnorm, eventueel verhoogd in verband met hoge woonkosten. Daarnaast kan er reden zijn om het in te teren vermogen lager vast te stellen als gevolg van substantiële noodzakelijke uitgaven, zoals o.a. kosten in verband met noodzakelijk vervanging van duurzame gebruiksgoederen en/of noodzakelijke verhuiskosten
Als belanghebbende geen beroep meer kan doen op een voorliggende voorziening, omdat deze volledig wordt verrekend met een aan belanghebbende opgelegde bestuurlijke boete, wordt een maatregel opgelegd van 100% van de norm voor de duur van de verrekening met een maximum van 3 maanden.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 10
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Maatregelen- en handhavingsverordening Gemeente Almere 2016