Naar hoofdinhoud

Artikel 4

BerekeningsgrondslagBijzondere bijstand

Onderdeel van Maatregelen- en handhavingsverordening Gemeente Almere 2016

Bijzondere bijstand In het tweede lid is bepaald dat een verlaging ook kan worden toegepast op de bijzondere bijstand als aan een belanghebbende bijzondere bijstand wordt verleend met toepassing van artikel 12 Participatiewet. Personen tussen de 18 en 21 jaar ontvangen een lage jongerennorm, die indien noodzakelijk wordt aangevuld door middel van aanvullende bijzondere bijstand in de kosten van levensonderhoud. Als een verlaging uitsluitend op de lage jongerennorm wordt opgelegd, zou dit leiden tot rechtsongelijkheid ten opzichte van de 21-jarigen. Daarom is in lid 2 van de verordening geregeld dat de berekeningsgrondslag in dat geval ook bestaat uit de verleende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 Participatiewet. Tevens is het mogelijk dat het college een maatregel oplegt over de bijzondere bijstand. Er moet dan wel een verband bestaan tussen de gedraging van een belanghebbende en zijn recht op bijzondere bijstand. Een verlaging kan uitsluitend worden opgelegd als daadwerkelijk bijzondere bijstand is verstrekt. De verordening biedt tevens ruimte om een verlaging toe te passen op een individuele inkomenstoeslag.

Rechtspraak bij dit artikel