Naar hoofdinhoud
1.. De opdrachtnemer verplicht zich jegens de gemeente om zijn wettelijke plichten tot inhouding en afdracht van loonbelasting, sociale premies en BTW na te komen. Dit met het oog op het bepaalde in Hoofdstuk VI van de Invorderingswet 1990, waarin onder meer geregeld is dat de gemeente naast de opdrachtnemer hoofdelijk aansprakelijk is voor deze loonbelasting en sociale premies. De opdrachtnemer is verplicht om een CAO die van toepassing is na te leven. 2.. De opdrachtnemer is verplicht zich als inhoudingsplichtige/premieplichtige werkgever aan te melden bij de Belastingsdienst en het UWV. 3.. De gemeente kan van de opdrachtnemer verlangen, dat hem inzage wordt gegeven in zijn administratie. Op eerste verzoek dient te worden overlegd: het geldige inschrijvingsbewijs bij het UWV; indien van toepassing: een vestigings- of exploitatievergunning; een recent uittreksel van de Kamer van Koophandel (niet ouder dan één jaar); de meest recente jaarrekening; een door het UWV en door een ontvanger der Rijksbelastingen afgegeven verklaring over zijn betalingsgedrag; een mandagenregister; een duidelijk overzicht van de namen, gewerkte uren en registratie van alle werknemers die bij de uitvoering van de opdracht waren betrokken, inclusief het ingeleende personeel, dan wel van alle werknemers, die aan de gemeente ter beschikking zijn gesteld in het kader van de overeenkomst van opdracht. 4.. Indien de opdrachtnemer lid is van een onderling waarborgfonds en/of soortgelijke organisatie, dan zorgt de opdrachtnemer voor afgifte van een bewijs van vrijwaring en/of een soortgelijke verklaring. 5.. De opdrachtnemer is, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de gemeente, niet bevoegd diensten geheel of gedeeltelijk in onderaanneming uit te laten voeren, dan wel werknemers door te lenen (doorlening). De gemeente kan aan deze toestemming voorwaarden verbinden, bijvoorbeeld dat loonbelasting en sociale premies worden gestort op een G-rekening of dat deze rechtstreeks worden afgedragen door de gemeente aan de Belastingdienst. 6.. Bij onderaanneming of doorlening dient dit artikel in de vorm van een derdenbeding bij wijze van kettingbeding deel uit te maken van de door de opdrachtnemer met diens contractspartij te sluiten overeenkomst. De vorenbedoelde overeenkomst moet op schrift zijn gesteld. 7.. De opdrachtnemer geeft de gemeente een onherroepelijke volmacht om de door de opdrachtnemer verschuldigde loonbelasting en sociale premies over het loonbestanddeel in te houden op het factuurbedrag, en om deze te storten op de G-rekening van de opdrachtnemer, of om deze rechtstreeks af te dragen aan respectievelijk de Belastingdienst en het UWV. Bij inlening geldt de onherroepelijke volmacht ook voor de verschuldigde BTW, die is vermeld op de factuur van de opdrachtnemer. Van deze volmacht voor de BTW wordt geen gebruik gemaakt indien de BTW-verleggingsregeling van toepassing is. 8.. Het loonbestanddeel wordt berekend over het factuurbedrag, exclusief BTW. Het hierover verschuldigde percentage loonbelasting en sociale premies wordt gesteld op 40%. 9.. De gemeente is bevoegd om uit eigen beweging het UWV en de Belastingdienst te verzoeken om het bedrag terzake belastingen en premies, waarvoor de opdrachtnemer aansprakelijk is, vast te stellen.

Rechtspraak bij dit artikel