Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 7

Het subsidieplafond

Onderdeel van Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Ommen

1.. Burgemeester en wethouders bepalen jaarlijks met inachtneming van de in de (concept)gemeentebegroting vastgestelde budgetten voor 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar welk bedrag als subsidieplafond beschikbaar is voor peuteropvang en welk bedrag voor voorschoolse educatie in de peuteropvang en de kinderdagopvang. 2.. Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks voor 1 september per kalenderjaar de hoogte vast van de te verlenen subsidie voor een peuterplaats peuteropvang op grond van artikel 5 lid 2 en een peuterplaats voorschoolse educatie op grond van artikel 5 lid 3 en 4. 3.. Burgemeester en wethouders verdelen het op grond van lid 1 van dit artikel vastgestelde bedrag de subsidie voor peuteropvang en voorschoolse educatie als volgt: voor peuteropvang: per instelling wordt conform de berekening van artikel 5 de kosten van het aangevraagde aantal peuterplaatsen peuteropvang per voorziening berekend; wanneer het totaal van alle subsidiabele aanvragen van alle voorzieningen het op grond van lid 1 vastgestelde bedrag voor peuteropvang voor het kalenderjaar niet overschrijdt wordt op grond hiervan het aantal subsidiabele peuterplaatsen peuteropvang voor het kalenderjaar per voorziening vastgesteld; indien het totaal van de aangevraagde subsidie het op grond van lid 1 vastgestelde bedrag overschrijdt vindt een herverdeling van de te verlenen subsidie peuteropvang per aanvrager plaats, bij deze herverdeling wordt het bedrag verdeeld op basis van de per 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar bezette peuterplaatsen peuteropvang van peuters van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag; wanneer er daarna nog een bedrag resteert ten opzichte van het op grond van lid 1 vastgestelde bedrag , wordt dit restant verdeeld naar rato van het aantal per 1 september voorafgaande aan het kalenderjaar per houder in het landelijk register kinderopvang geregistreerde opvangplaatsen kinderdagopvang in de gemeente Ommen. voor voorschoolse educatie; per instelling wordt conform de berekening van artikel 5 de kosten van het aangevraagde aantal peuterplaatsen peuteropvang voorschoolse educatie per voorziening berekend; wanneer het totaal van alle subsidiabele aanvragen van alle voorzieningen het totale op grond van lid 1 vastgestelde bedrag voor voorschoolse educatie voor het kalenderjaar niet overschrijdt wordt op grond hiervan het aantal subsidiabele peuterplaatsen voorschoolse educatie voor doelgroeppeuters en voorschoolse educatie voor het kalenderjaar per voorziening vastgesteld; indien het totaal van de aangevraagde subsidie het op grond van lid 1 vastgestelde bedrag overschrijdt vindt een herverdeling van de te verlenen subsidie voorschoolse educatie per aanvrager plaats, bij deze herverdeling wordt het bedrag verdeeld op basis van de per 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar bezette peuterplaatsen voorschoolse educatie; wanneer er daarna nog een bedrag resteert ten opzichte van het op grond van lid 1 vastgestelde bedrag , wordt dit restant verdeeld naar rato van het aantal per 1 september voorafgaande aan het kalenderjaar per houder in het landelijk register kinderopvang geregistreerde opvangplaatsen kinderdagopvang in de gemeente Ommen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel