Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 9

Rapportageverplichtingen

Onderdeel van Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Ommen

1.. De subsidieaanvrager registreert en legt verantwoording af waarbij wordt overlegd: een overzicht van alle peuters die in het kalenderjaar hebben deelgenomen aan een door de gemeente gesubsidieerd aanbod peuteropvang of voorschoolse educatie met opgave van de periode die zij gedurende het kalenderjaar hebben deelgenomen en indien van toepassing of zij tot de doelgroep behoren waarbij: voor peuteropvang per gesubsidieerde peuterplaats kopieën van bewijsstukken waaruit blijkt dat rechtmatig aanspraak wordt gemaakt op peuteropvang (ouderverklaring geen recht op toeslag + inkomensverklaring van de belastingdienst + eventuele aanvullende bewijsstukken); voor voorschoolse educatie per gesubsidieerde peuterplaats kopieën van bewijsstukken waaruit blijkt dat rechtmatig gebruik gemaakt wordt van voorschoolse educatie (indicatie van de Jeugd gezondheidszorg); een opgave per gesubsidieerde peuterplaats van de werkelijk gefactureerde ouderbijdragen in het kalenderjaar. het totaal aantal daadwerkelijk bezette peuterplaatsen peuteropvang en voorschoolse educatie gedurende het kalenderjaar afgeleid van de gegevens onder lid a, waarbij voor de berekening van een peuterplaats die gedurende een deel van het kalenderjaar is bezet het aantal maanden naar beneden wordt afgerond indien depeuterplaats na de 15e van de maand is bezet en/of voor de 16e van de maand is beëindigd en naar boven wordt afgerond indien de peuterplaats voor de 16e van de maand is bezet en/of na de 15e van de maand is beëindigd, waarbij vervolgens voor de bepaling van de gerealiseerde peuterplaats de volgende formule wordt gehanteerd: A (= het aantal maanden dat de peuterplaats is bezet) : 12 = B (= het de omvang van een peuterplaats die een gedeelte van het kalenderjaar is bezet afgerond op 2 decimalen achter de komma) 1 Voorbeeld: een peuterplaats die gedurende 4 maanden van het kalenderjaar is bezet geldt dan de volgende berekening: 4 : 12 = 0,33 gerealiseerde peuterplaats in het kalenderjaar.; de in het kalenderjaar gefactureerde ouderbijdragen voor peuterplaatsen peuteropvang en voorschoolse educatie per peuterplaats afgeleid van lid a; de uitvoering van de ontwikkelingsgerichte programma’s en VVE programma’s zoals bedoeld in artikel 1 lid 8; de wijze de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verplichtingen in lid 1 tot en met 7 van artikel 3. 2.. Het college van burgemeester en wethouders kan formulieren vaststellen voor het indienen van de verantwoordingsgegevens. 3.. Burgemeester en Wethouders kunnen nadere gegevens opvragen om de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie conform de opgelegde verplichtingen te controleren. 4.. Wanneer een controleverklaring van een onafhankelijke accountant vereist is bij het verzoek tot vaststelling van de subsidie kan dat als verplichting bij de subsidieverlening worden opgenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel