De commissie oefent voor de toepassing van deze verordening de bevoegdheden uit bedoeld in de artikelen 2:1, tweede lid; 6:6 voor wat betreft het aan de Indiener stellen van een termijn; 6:17; 7:4, tweede tot en met achtste hoofdstuk; 7:6, tweede tot en met vierde lid; 7:10, derde en vierde lid van de wet.
De commissie kan aan de voorzitter mandaat verlenen tot het uitoefenen van de in het eerste hoofdstuk bedoelde bevoegdheden. De commissie kan ook aan de secretaris mandaat verlenen tot het uitoefenen van de in artikel 7:10 lid 3 genoemde bevoegdheid tot verdagen van de beslistermijn.
Besluiten als bedoeld in het eerste lid worden zo spoedig mogelijk meegedeeld aan de indiener van het bezwaarschrift en andere belanghebbenden.
Indien de commissie gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid om belanghebbenden niet te horen wordt dat In het advies van de commissie vermeld.
Hoofdstuk V
Artikel 18
Artikel 18
Onderdeel van VERORDENING OP DE COMMISSIE VOOR BEZWAARSCHRIFTEN INZAKE RECHTSPOSITIONELE BESLUITEN (2010)