De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming
verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter
vast dat het voorstel zonder stemming is
aangenomen.
Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen
de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden
aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen
worden te hebben tegengestemd of overeenkomstig artikel
28 van de Gemeentewet niet aan de stemming te hebben
deelgenomen.
Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming
vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de
raad.
Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter of de
griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te
brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij de
loting ex artikel 13, lid 1, aangewezen raadslid.
Vervolgens wordt het lid ter linkerzijde van het
hiervoor genoemde lid opgeroepen, enzovoort.
Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering
aanwezig raadsleden, tenzij zij overeenkomstig artikel
28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren
te nemen, hun stem uit door 'voor' of 'tegen' uit te
spreken, zonder enige toevoeging.
Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem
vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het
volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid
zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de
voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft
gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit
brengt geen verandering in de uitslag van de
stemming.
De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming
mee. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen
besluit.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 3.
Artikel 18.
Stemming; procedure hoofdelijke stemming
Onderdeel van Reglement van orde gemeenteraad Gilze en Rijen 2016