Naar hoofdinhoud

Artikel 4 -

Hoogte van de boete

Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boete BRP Raalte

1.. De hoogte van de op te leggen boete bedraagt € 100,00, indien: niet is voldaan aan de identiteitsplicht zoals genoemd in artikel 2.52, van de Wet. 2.. De hoogte van de op te leggen boete bedraagt € 200,00, indien: de overtreder geen informatie verstrekt, geschriften overlegt of in persoon verschijnt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 2.44, 2.45, lid 1, 2.46, 2.47 en 2.51, van de Wet; de overtreder niet voldoet aan informatie- of zorgplicht jegens ingeschrevene of gemeente op grond van de artikelen 2.40, lid 5, 2.45, lid 2 tot en met lid 5, en 2.50, van de Wet. 3.. De hoogte van de op te leggen boete bedraagt € 325,00, indien: het aannemelijk is dat de aangifteverplichting, opgenomen in de artikelen 2.38, 2.39 en 2.43 van de Wet, bewust niet is nagekomen; er geen brondocumenten in de zin van artikel 2.8 van de Wet, in samenhang met de artikelen 2.44 en 2.46 van de Wet worden overgelegd; er sprake is van ‘gelegenheid geven’ als bedoeld in artikel 4.17, onder b, van de Wet; er sprake is van recidive. 4.. De boete wordt alleen opgelegd als de overtreder tevoren is geïnformeerd over de oplegging van de bestuurlijke boete bij het niet voldoen aan de verplichtingen als genoemd in de Wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel