**1..** De hoogte van de op te leggen boete bedraagt € 100,00, indien:
niet is voldaan aan de identiteitsplicht zoals genoemd in artikel 2.52, van de Wet.
**2..** De hoogte van de op te leggen boete bedraagt € 200,00, indien:
de overtreder geen informatie verstrekt, geschriften overlegt of in persoon verschijnt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 2.44, 2.45, lid 1, 2.46, 2.47 en 2.51, van de Wet;
de overtreder niet voldoet aan informatie- of zorgplicht jegens ingeschrevene of gemeente op grond van de artikelen 2.40, lid 5, 2.45, lid 2 tot en met lid 5, en 2.50, van de Wet.
**3..** De hoogte van de op te leggen boete bedraagt € 325,00, indien:
het aannemelijk is dat de aangifteverplichting, opgenomen in de artikelen 2.38, 2.39 en 2.43 van de Wet, bewust niet is nagekomen;
er geen brondocumenten in de zin van artikel 2.8 van de Wet, in samenhang met de artikelen 2.44 en 2.46 van de Wet worden overgelegd;
er sprake is van ‘gelegenheid geven’ als bedoeld in artikel 4.17, onder b, van de Wet;
er sprake is van recidive.
**4..** De boete wordt alleen opgelegd als de overtreder tevoren is geïnformeerd over de oplegging van de bestuurlijke boete bij het niet voldoen aan de verplichtingen als genoemd in de Wet.