Er is sprake van een verhoor in de zin van artikel 671 van de Awr indien de ambtenaar belast met de heffing belanghebbende in een directe confrontatie ondervraagt in het kader van zijn voornemen een boete op te leggen. Een verhoor vindt niet eerder plaats dan na schriftelijke oproep door de ambtenaar belast met de heffing. De ambtenaar belast met de heffing vermeldt in de oproep dat belanghebbende tijdens het verhoor niet tot antwoorden is verplicht. Belanghebbende dient zelf te verschijnen. Met instemming van de ambtenaar belast met de heffing kan belanghebbende zich laten vertegenwoordigen. Belanghebbende is tijdens het verhoor niet tot antwoorden verplicht. Hij dient voor de aanvang van het verhoor hierop te worden gewezen (cautie). Belanghebbende kan zich tijdens het verhoor doen bijstaan.
Wanneer een belanghebbende die de Nederlandse taal niet of gebrekkig beheerst, voor het verhoor verzoekt om bijstand van een tolk, draagt de ambtenaar belast met de heffing er zorg voor dat deze wordt benoemd. Indien de ambtenaar belast met de heffing weet dat belanghebbende de Nederlandse taal niet of gebrekkig beheerst, draagt hij zorg voor de aanwezigheid van een tolk. Indien tijdens het verhoor blijkt dat belanghebbende de Nederlandse taal niet beheerst, wordt het verhoor afgebroken. Het verhoor vindt dan plaats op een later moment waarbij de ambtenaar belast met de heffing zorg draagt voor de aanwezigheid van een tolk. Voor dat nieuwe verhoor wordt een aparte oproep verzonden of uitgereikt. De ambtenaar belast met de heffing maakt na afloop van het verhoor een verslag waarin hij vermeldt dat de cautie is gegeven. Belanghebbende krijgt een afschrift van het verslag.
HOOFDSTUK II
Artikel 12