In 2010 is de ambitie om integraal te handhaven in de wet verankerd. In de Wabo / Wet VTH, Bor en Mor zijn kwaliteitseisen op het gebied van integrale handhaving opgenomen. De toen voorgenomen integraliteit van de handhaving is hiermee een feit.
In de afgelopen jaren is hier praktisch invulling aan gegeven. Ook in de wetgeving heeft dit z’n vervolg gekregen. Er zijn twee nieuwe wetten die op dit gebied spelen. Er zit een overlap in, maar er zijn ook verschillen. De Wet Revitalisering Generiek Toezicht (Wet RGT, in werking per 1 oktober 2012), beoogt het eenduidiger weergeven van resultaten zodat toezicht (op de uitvoering door de gemeente) vooral door de gemeenteraad kan worden gedaan. Toezicht door Rijk/Provincie/Inspectie (op lagere overheden) zal als gevolg daarvan verminderen. Dit wordt ook wel Interbestuurlijk Toezicht (IBT) genoemd.
De Wet (verbetering) Vergunningen, Toezicht en Handhaving (Wet VTH), is van kracht en wijzigde daarmee de Wabo per 14 april 2016). De nieuwe wetgeving komt nagenoeg overeen met de Wet RGT. Met de Wet VTH worden concrete kwaliteitseisen verplicht gesteld.
Gemeenten, provincies, omgevingsdiensten en samenwerkingsverbanden krijgen tot medio 2017 gelegenheid om ervoor te zorgen dat de uitvoering van de VTH-taken aan de kwaliteitseisen voldoet. Dit traject wordt begeleid door de provincie Utrecht. Er is een modelverordening beschikbaar gesteld. Het niveau van toezicht en handhaving (en daarmee ook het vastleggen van de personele- en financiële middelen) vindt in deze verordening plaats. Die discussie – en daarmee ook het principe van “comply or complain” wordt in 2016 nog gevoerd. Dit beleid anticipeert zo veel als mogelijk op de nieuwe ontwikkelingen.
De nadruk van de provinciale professionaliseringswerkzaamheden zal de komende jaren verschuiven van het faciliteren en stimuleren aan de “voorkant” naar controleren aan de “achterkant”. Dit is conform de provinciale IBT-Verordening. De beoordeling van (jaar)stukken als uitvoeringsprogramma en jaarverslag vindt met ingang van 2015 plaats door de provinciale unit ‘Interbestuurlijk Toezicht’. Mogelijk is, dat overheden die wat betreft hun jaarstukken in gebreke blijven, gevraagd zullen worden om mee te werken aan een externe audit. De jaren 2014 en 2015 worden als “overgangsjaren” beschouwd, mede in het licht van het overdragen van de taken aan een externe dienst en het synchroniseren van processen. In de gemeente Montfoort zijn om uiteenlopende redenen niet alle (beleids)stukken opgesteld, zoals de Verordening IBT dat vereist. Met de inwerkingtreding van dit nieuwe beleid en het onderbrengen van de uitvoerende taken bij de ODRU wordt het vereiste kwaliteitsniveau op het totale taakveld gehaald en wordt – na vaststelling van de verordening VTH ook voldaan aan de nieuwe verplichtingen, die voortvloeien uit de Verordening IBT en de Wet VTH.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.8.6
De toekomst
Onderdeel van Integraal Handhavingsbeleid Montfoort 2016-2018