Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6.6

Nalevingsstrategie met inachtneming van de landelijke handhavingsstrategie

Onderdeel van Integraal Handhavingsbeleid Montfoort 2016-2018

De nalevingstrategie is gericht op het corrigeren van non-conform gedrag, zowel bij burgers als bij bedrijven. Zoals hiervoor al beschreven zal niet in alle gevallen sanctionerend worden opgetreden. Er moet sprake zijn van een sanctiewaardige overtreding, dit conform de landelijke handhavingsstrategie. Indien een sanctie wordt opgelegd is het principe dat van een last onder bestuursdwang gebruikt wordt gemaakt in onomkeerbare resp. (levens)bedreigende en/of acute zaken. In alle andere gevallen zal het instrument van een last onder dwangsom worden ingezet. Ingeval van toepassing van een last onder dwangsom is het effectief en efficiënt te kiezen voor een bedrag ineens, in plaats van – zoals tot nu toe dikwijls gebruikelijk – een bedrag per overtreding of gebeurtenis. Het verdient aanbeveling, mede in het licht van de landelijke handhavingsstrategie, voorts te kiezen voor een eenduidig sanctietraject dat bestaat uit twee processtappen. Zoals eerder gesteld gaan wij ook uit van de preventiestrategie, waarbij het beoogd resultaat is dat zich minder overtredingen zullen voordoen. Het uitvoeren van een voldoende surveillance is hierbij essentieel. Stappenplan Om in stap 0 resultaat te boeken worden overtredingen in het handhavingssysteem (geautomatiseerd) vastgelegd en ontvangt de overtreder een brochure, waarin hem of haar het handhavingsproces wordt toegelicht. Er volgt geen sanctie, slechts een registratie. Ingeval van een constatering van strijdig gebruik wordt ook slechts geregistreerd. Ingeval sprake is van een constatering van een overtreding bij een actieve controle zal – indien sprake is van strijdig gebruik – een wrakingsbrief volgen. Een vervolgstap komt eerst bij de actualisering van het betreffende bestemmingsplan aan de orde. In overige gevallen volgt een schriftelijke document: het voornemen tot het opleggen van een sanctie. Deze brief is het feitelijk vastleggen van een overtreding, waarbij de overtreder de gelegenheid krijgt zijn motieven (waarom is de overtreding begaan) naar voren te brengen. Op basis van de argumenten kan vervolgens worden besloten wel of niet tot vervolging over te gaan. Dat is stap 1 in het handhavingsproces. De tweede en laatste stap is, uitgezonderd spoedbestuursdwang, uiteraard het opleggen van de sanctiebeschikking. Op basis van de Algemene wet bestuursrecht volgt dan het rechtsbeschermingstraject en wordt voldoende zorgvuldig gehandeld om een handhavingsproces in goede banen te leiden. De begunstigingstermijn Overeenkomstig constante jurisprudentie moet een begunstigingstermijn (in tijd) voldoende ruimte bieden aan de overtreding beëindigd te krijgen. Er zal van geval tot geval een redelijke termijn in acht genomen moeten worden. De zienswijzeperiode is bij uitstek geschikt om de omvang van een dergelijke termijn met de overtreder te bespreken. De hersteltermijn Overeenkomstig constante jurisprudentie moet een hersteltermijn (in tijd) voldoende ruimte bieden aan de overtreding beëindigd te krijgen. Er zal van geval tot geval een redelijke termijn in acht genomen moeten worden. De zienswijzeperiode is bij uitstek geschikt om de omvang van een dergelijke termijn met de overtreder te bespreken. Uiteraard is dit ingeval spoedbestuursdwang niet aan de orde.

Rechtspraak bij dit artikel