Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werkt aan een nieuw (verplicht) stelsel voor het bouwtoezicht in Nederland. In dit stelsel staat private kwaliteitsborging centraal. Private kwaliteitsborging houdt in dit geval in dat de initiatiefnemer het bouwproces zodanig organiseert dat het voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit 2012. Verder ziet de initiatiefnemer toe op het gehele traject van de bouw: van het initiatief tot en met het opleveren. De gemeente verleent op haar beurt een vergunning indien een bouwplan voldoet aan welstand, aan de voorschriften van het bestemmingsplan en als blijkt dat het bouwproject geen gevaar oplevert voor de directe omgeving. Er vindt dus geen toetsing van het bouwplan meer plaats aan het Bouwbesluit 2012 en de gemeente houdt op dit aspect ook geen toezicht meer tijdens de bouw. Steekproefsgewijs wel achteraf.
Zoals de planning nu is zal per 1 januari 2017 worden gestart met de privatisering van het bouwtoezicht. Dat betekent dat bouwaanvragen met een gevolgklasse I (maximaal 3 bouwlagen) niet langer door de gemeente op bouwkundige vereisten wordt beoordeeld. Vanaf 2019 zal er in dit nieuwe stelsel een gefaseerde invoering voor de gevolgklassen 2 en 3 plaatsvinden.
Bouwtoezicht zal qua accent verschuiven naar gebruikstoezicht en de toezichthouders vormen zich om tot “omgevingsinspecteur”. In hoeverre dit financiële- en/of personele consequenties heeft, danwel gevolgen voor de dienstverleningsovereenkomst met de ODrU valt op dit moment nog niet in te schatten. Het is in elk geval een uitdaging om op dit gebied intensievere samenwerking met de (toezichthouders van de) VRU te onderzoeken.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.9
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Onderdeel van Handhavingsuitvoeringsprogramma Montfoort 2016