Indien belanghebbende ondanks schriftelijk verzoek van het college
niet heeft aangetoond de Nederlandse taal voldoende te beheersen,
wordt een taaltoets afgenomen:
bij belanghebbenden die op of na 1 januari 2016 een
bijstandsaanvraag indienen: uiterlijk acht weken na ontvangst van de
aanvraag voor bijstand;
bij belanghebbenden die op 31 december 2015 een bijstandsuitkering
ontvangen waarvan in het dossier onvoldoende aanknopingspunten
aanwezig zijn waaruit voldoende beheersing van de Nederlandse taal
blijkt: uiterlijk acht weken na het schriftelijk verzoek van het
college zoals bedoeld in de aanhef;
bij belanghebbenden bedoeld in artikel 6 lid 4 van deze
beleidsregels: uiterlijk acht weken na de zesmaandelijkse
beoordeling.
Belanghebbende wordt binnen acht weken na uitkomst van de taaltoets
schriftelijk in kennis gesteld van de uitkomst van de taaltoets en
voor zover daarvan sprake is van het redelijk vermoeden, bedoeld in
artikel 18b lid 1 van de wet.
Indien sprake is van een redelijk vermoeden, wordt belanghebbende er
in de kennisgeving op gewezen dat de bijstand wordt verlaagd, tenzij
sprake is van een bereidverklaring tot inspanning zoals bedoeld in
artikel 18b lid 6 onder a van de wet en artikel 4 van deze
beleidsregels.