Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 6.

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning

1.. Op het persoonsgebonden budget zoals genoemd in artikel 6 van de wet zijn de volgende voorwaarden van toepassing: een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt voor individuele voorzieningen; de omvang van het persoonsgebonden budget is de tegenwaarde van de in de situatie goedkoopst adequate te verstrekken voorziening in natura, indien nodig aangevuld met een vergoeding voor instandhoudingskosten, zoals vastgelegd in het Besluit eigen bijdragen en financiële tegemoetkomingen maatschappelijke ondersteuning; de wijze waarop het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld en de overige voorwaarden worden door het college vastgelegd in het Besluit eigen bijdragen en financiële tegemoetkomingen maatschappelijke ondersteuning; 2.. De toekenning van het te verstrekken persoonsgebonden budget, de omvang ervan, de periode waarop het budget betrekking heeft en de verplichtingen verbonden aan de verstrekking worden opgenomen in de beschikking. 3.. Bij de beschikking wordt een programma van eisen verstrekt waarin aangegeven is aan welke vereisten de met het persoonsgebonden budget aan te schaffen voorziening dient te voldoen. 4.. Na verzending van de beschikking wordt het persoonsgebonden budget uitbetaald door storting, eventueel in termijnen, op de rekening van de aanvrager. 5.. Na aanschaf van de voorziening waarvoor het persoonsgebonden budget is verstrekt, dan wel na afloop van de periode waarop het persoonsgebonden budget van toepassing is, verstrekt de budgetontvanger aan het college een verantwoording van de besteding van het budget. 6.. Het college kan steekproefsgewijs nagaan of de verstrekte persoonsgebonden budgetten besteed zijn aan het doel waarvoor zij zijn verstrekt. De budgetontvanger is verplicht de daarvoor noodzakelijke stukken, zoals genoemd in het Besluit eigen bijdragen en financiële tegemoetkomingen maatschappelijke ondersteuning, op verzoek van het college per omgaande te verstrekken. 7.. Na ontvangst van de in het vijfde lid genoemde verantwoording dan wel na de in het zesde lid genoemde controle wordt door het college beoordeeld of er aanleiding bestaat het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk terug te vorderen dan wel te verrekenen.

Rechtspraak bij dit artikel