Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 9.

Voorwaarden huishoudelijke ondersteuning

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning

1.. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 4, 5 en 6, van de wet kan voor de in artikel 8, onder a, vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien: aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek of het zelf uitvoeren van een of meer huishoudelijke taken onmogelijk maken en de gemeenschappelijke voorziening dit snel en adequaat kan compenseren. problemen bij het uitvoeren van de mantelzorg 2.. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 4, 5 en 6, van de wet kan voor de in artikel 8, onder b en c, vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht als: de in artikel 8, onder a genoemde voorziening onvoldoende compensatie biedt of niet beschikbaar is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel