Onverminderd artikel 2, tweede lid, en artikel 3, derde lid, wordt, indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, anders dan door gedragingen als bedoeld in artikel 9 Wwb en artikel 37 Ioaw en Ioaz, heeft betoond de uitkering verlaagd:
a.met 100% van de uitkering gedurende één maand, indien belanghebbende verwijtbaar geen of
geen volledig recht heeft op een uitkering krachtens een sociale verzekering of daarmee naar aard en
doel overeenkomende buitenlandse regeling of private verzekering, dan wel het verwijtbaar verliezen
van een zodanig recht;
b.met 10% van de uitkering per maand gedurende de periode waarop belanghebbende niet op uitkering zou zijn aangewezen indien hij op verantwoorde wijze de middelen waarover hij beschikte of
redelijkerwijze kon beschikken zou hebben aangewend.
Hoofdstuk 4
Artikel 16
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van nr 12.10 Afstemmingsverordening 2010 voor de Wwb, Ioaw en Ioaz