Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 14

Maatregelen voor werkzaamheden in de nabijheid van te handhaven beplantingen

Onderdeel van BELEIDSREGELS INZAKE GRAAFWERKZAAMHEDEN TEN BEHOEVE VAN OPENBARE NUTSVOORZIENINGEN

1.. De aanbieder dient voorafgaand aan de werkzaamheden met het college overeen te komen welke maatregelen zullen worden genomenom schade aan te handhaven beplanting te voorkomen, alsmede welke te handhaven beplanting als waardevol wordt beschouwd. 2.. Bij waardevolle beplanting dient graven in de wortelzone door de aanbieder te worden voorkomen. Indien het leggen van nieuwe leidingen in het bestaande tracé maar buiten de wortelzone niet mogelijk is, dient de wortelzone te worden gepasseerd door het boren van mantelbuizen onder het wortelpakket. 3.. Ten aanzien van te handhaven beplanting dient de aanbieder te streven naar het zo weinig mogelijk beschadigen ervan (zowel onder- als bovengronds). In geen geval mogen wortels dikker dan 25 mm in diameter worden verwijderd. Ontgraven wortels dienen te worden beschermd tegen uitdrogen, vorst en beschadiging. 4.. Ontgravingen binnen de wortelzone van te handhaven beplanting dienen door de aanbieder zo snel mogelijk te worden aangevuld en verdicht. 5.. Het inrichten van werkterrein dan wel het opslaan van materiaal binnen de wortelzone van de te handhaven beplantingen en op gazons is niet toegestaan. 6.. Graafwerkzaamheden binnen de kroonprojectie van bomen dienen door de aanbieder handmatig te worden uitgevoerd.

Rechtspraak bij dit artikel