Is de uitkomst van de toets dat uitkeringsgerechtigde niet aan de taaleis voldoet, dan wordt de
volgende procedure gevolgd:
a) Uitkeringsgerechtigde ontvangt binnen acht weken na het afleggen van de taaltoets de kennisgeving met de uitslag van de taaltoets.
b) Uitkeringsgerechtigde krijgt een gesprek waarbij hij de uitslag van de taaltoets hoort en een taaltraject op maat krijgt aangeboden.
c) Wanneer uitkeringsgerechtigde akkoord gaat met het taaltraject, tekent hij de trajectovereenkomst. Dit is de bereidverklaring om te starten met het leertraject dat leidt tot kennis van de Nederlandse taal op referentieniveau 1F.
d) Wanneer uitkeringsgerechtigde niet akkoord gaat met het taaltraject wordt de bijstand beoordeeld volgens de regels in artikel 18b van de Participatiewet.