Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Toepassingsbereik bij vergunningverlening

Onderdeel van Beleidsregel integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur

1.. Het bestuursorgaan voert in beginsel een Bibob-toets uit bij de verlening van een vergunning als bedoeld in: artikel 3 van de Drank- en Horecawet (drank- en horecavergunning), indien sprake is van vestiging van een nieuw bedrijf, de overname van een bestaand bedrijf, de overname van (de meerderheid van) de aandelen van een bestaand bedrijf of wijziging van de rechtsvorm van de onderneming. Uitvoering vindt niet standaard plaats in het geval het een horecabedrijf betreft, als bedoeld in artikel 4 van de Drank- en horecawet (paracommerciële instellingen). artikel 2 van de Speelautomatenhallenverordening gemeente Dronten 1987 (speelautomatenhal), indien sprake is van vestiging van een nieuw bedrijf, verlenging van een vergunning, de overname van een bestaand bedrijf, de overname van (de meerderheid van) de aandelen van een bestaand bedrijf of wijziging van de rechtsvorm van de onderneming. artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening (exploitatievergunning openbare inrichting), indien sprake is van vestiging van een nieuw bedrijf, de overname van een bestaand bedrijf, de overname van (de meerderheid van) de aandelen van een bestaand bedrijf of wijziging van de rechtsvorm van de onderneming. artikel 3:4 van de Algemene plaatselijke verordening (seksinrichting, indien sprake is van vestiging van een nieuw bedrijf, verlenging van een vergunning, de overname van een bestaand bedrijf, de overname van (de meerderheid van) de aandelen van een bestaand bedrijf of wijziging van de rechtsvorm van de onderneming. 2.. Het bestuursorgaan kan naast de in lid 1 aangeduide aanvragen om een beschikking ook een Bibob-toets uitvoeren bij de verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 7 van de Wet (gemeentelijke vergunning of ontheffing die op grond van een verordening verplicht is gesteld voor een inrichting of bedrijf) voor zover deze vergunningen niet benoemd zijn in lid 1 indien: -. vanuit eigen informatie, informatie van één of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC en/of vanuit het Openbaar Ministerie verkregen informatie als bedoeld in artikel 11 jo 26 van de Wet er duidelijke aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen, dat bij de aanvraag sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet. -. als bij navraag door het bestuursorgaan bij het Landelijk Bureau Bibob blijkt, dat over de aanvrager van een beschikking in de afgelopen twee jaar advies is uitgebracht of een adviesaanvraag in behandeling is genomen bij het Landelijk Bureau Bibob;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel