**1..** Voordat met de behandeling van een onderwerp in een raadscommissie een aanvang wordtgemaakt, kunnen andere aanwezige burgers het woord voeren over het geagendeerd onderwerp. Artikel 20 lid 2 is hierbij van overeenkomstige toepassing.
**2..** Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt zich voorafgaand aan de commissievergadering bij de griffier.
**3..** Desgewenst kunnen burgers in een raadscommissie het woord voeren over onderwerpen die niet zijn geagendeerd. Degene die van het spreekrecht over niet geagendeerde onderwerpen gebruik wil maken, meldt zich acht dagen voorafgaand aan de commissievergadering bij de griffier;
**4..** De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. Decommissievoorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.
**5..** Burgers, die gebruik maken van het spreekrecht, spreken vanaf een door de commissievoorzitter aan te wijzen plaats.
**6..** Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De commissievoorzitter kan uit een oogpunt van een goede vergaderorde besluiten de spreektijd en/of het aantal insprekers te beperken.
**7..** Voordat de commissieleden desgewenst in tweede instantie over een onderwerp beraadslagen, geeft de voorzitter aan degene(n) die in eerste instantie heeft (hebben) ingesproken, de gelegenheid kort te reageren op het standpunt van de commissie.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3
Artikel 37
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen van de raad en raadscommissies maassluis 2016