Naar hoofdinhoud
Deze beleidsregels treden in werking op 1 oktober 2016. De beleidsregels zijn ook van toepassing op personen die op de datum van inwerkingtreding reeds aanvullende bijzondere bijstand levensonderhoud voor jongeren ontvangen, voor zover de beleidsregels voor hem gunstiger zijn. Capelle aan den IJssel; 13 september 2016. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, drs. A.R. Ruijmgaart, RA MGA, wnd mr. P. Oskam Toelichting Beleidsregels aanvullende bijzondere bijstand levensonderhoud voor jongeren Algemeen De hoogte van de normen algemene bijstand voor jongeren van 18 tot 21 jaar zijn afgestemd op het feit dat deze groep een beroep kan doen op de ouderlijke onderhoudsplicht. Ouders zijn voor hen verplicht te voorzien in de kosten van levensonderhoud en studie (artikel 1:395a BW). Er kan echter niet zonder meer van worden uitgegaan dat de jongeren altijd voor hun bestaanskosten volledig een beroep op de ouders kunnen doen. Voor zover dit beroep niet mogelijk is, wordt voorzien in een recht op bijzondere bijstand. Als aanvullende bijzondere bijstand voor levensonderhoud wordt verleend omdat de jongere niet in staat is de ouderlijke onderhoudsplicht te effectueren, kan het college deze bijzondere bijstand op de ouders verhalen. De wettelijk grondslag voor het verlenen van bijzondere bijstand levensonderhoud aan jongeren is te vinden in artikel 12 Participatiewet. Met deze beleidsregels wil het college invulling geven aan de mogelijkheden die artikel 12 Participatiewet biedt om bijzondere bijstand levensonderhoud aan jongeren te verstrekken. Artikelsgewijs

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel