Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 10

Afwezigheidsituaties

Onderdeel van Reiskosten

Bij kortstondige afwezigheid wordt de vergoeding doorbetaald. Van kortstondige afwezigheid is sprake wanneer deze niet langer dan zes aansluitende weken duurt. Bij langer durende afwezigheid dan zes aansluitende weken, wordt de vergoeding in de maand waarin de afwezigheid is ontstaan en in de daarop volgende kalendermaand doorbetaald. Vervolgens wordt de vergoeding stopgezet. De toekenning van de vergoeding wordt hervat met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op de maand van terugkeer conform fiscale richtlijnen.

Rechtspraak bij dit artikel