Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Benoeming leden

Onderdeel van Verordening op de rekenkamer Arnhem 2016

1.De benoemingen van de leden en de voorzitter geschieden door de raad op gemotiveerde aanbeveling van de auditcommissie. De auditcommissie doet de aanbeveling aan de raad vergezeld gaan van een verklaring van elke kandidaat bevattende: een mededeling dat hij een benoeming als lid zal aanvaarden, en een overzicht van de openbare betrekkingen die hij bekleedt. Voorafgaand aan een aanbeveling voor een benoeming van de voorzitter en de overige leden van de rekenkamer pleegt de auditcommissie overleg met de rekenkamer. Naast het gestelde in artikel 81f van de wet zijn niet benoembaar tot lid van de rekenkamer personen die naar taak of functie verbonden zijn aan instellingen die op grond van artikel 184, eerste lid, van de wet onderwerp van onderzoek kunnen zijn. De rekenkamer wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan die bij ontstentenis van de voorzitter diens taken waarneemt. De Voorzitter van de rekenkamer is eindverantwoordelijk voor de rekenkamer, is verantwoordelijk voor externe contacten en overziet de algemene lijn van de rekenkamer en is niet rechtstreeks betrokken bij het uitvoeren van onderzoeken; De overige leden van de rekenkamer zijn betrokken bij de onderzoeken. Hierbij kunnen zij zich onder meer laten ondersteunen door de secretaris van de rekenkamer.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel