Naar hoofdinhoud
De gemeente kande Wet Bibob toepassen met betrekking tot vastgoedtransacties zoals bedoeld in artikel 1 onder o van de Wet Bibob, waarbij de gemeente partij is. Bij de start van onderhandelingen daartoe, zal de gemeente de wederpartij ervan in kennis stellen dat een Bibob-toets deel kan uitmaken van de procedure. In de overeenkomst wordt een integriteitsclausule opgenomen, op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst bij een ernstige mate van gevaar, dan wel een mindere mate van gevaar. De integriteitsclausule houdt tevens in dat het niet beantwoorden van vragen op grond van artikel 30 en artikel 12 van de Wet kan leiden tot ontbinding van de overeenkomst. De Bibob-toets wordt beperkt tot de gevallen, die een of meerdere van onderstaande kenmerken hebben: hoge mate van financiële complexiteit; behorend tot een als zodanig door college van burgemeester en wethouders benoemde risicobranche; behorend tot een als zodanig door college van burgemeester en wethouders benoemd risicogebied; hoge mate van complexiteit met betrekking tot de bedrijfsstructuur; exceptioneel financieel risico voor de gemeente. Het besluit tot uitvoering van het Bibobonderzoek kan daarnaast ook gebaseerd zijn op: informatie verkregen van het Bureau en/of informatie verkregen vanuit het OM conform artikel 26 van de wet (OMtip) en/of informatie verkregen van een of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC en/of eigen ambtelijke informatie Indien de Bibobprocedure niet is afgerond voor het sluiten van de overeenkomst, wordt hieromtrent een ontbindende voorwaarde opgenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel